top of page

Moedertje (98) 25/12/25, 10:00 uur


Haar hoofd hangt naar beneden. Zoals altijd. Zoals zowat iedereen in deze zaal. Doodse stilte.


Kerstochtend. Ik ben de enige op de anders overvolle parking. Alles uitgestorven. Correctie: nog niet gestorven. Er loopt niemand rond. Geen muziek. Niks. Stilte. Lege blikken. Of kopkes neer.


Ze slaapt. Hoofd neerwaarts. Ik wat gestreel en zoentjes, ogen even open. Even toch.

ree

De doodse, opalen kleur trekt op tot iets dat hopelijk zicht heeft. En hopelijk herkent. “Ik ben het, moesje”. Haar nek knikt. Ze zakt weer weg. Ogen toe. Hoofd neer. Die weeë stilte weer. Ik opnieuw: “Het is kerstdag”. Het dringt niet door. Geen beweging. “Ik heb een pakje voor je mee”. Neen, niets. Ik schud haar. “Ik heb koekjes voor je mee”. Een flits van een blik, dan weer knikkebollend in slaap. Ik kijk: wat is ze mager.


Koekjes, ooit bron van simpel geluk. Koekjes. Kerstmis, bron van samenzijn. Kerstmis nu: in slaap vallen. Zoals elke dag. Wachten op. Wachten tot. Steeds meer verliezen, in steeds meer jammerlijke fases.


Ik probeer nogmaals. “Ik zie je graag”. Dan … ogen even open. Korte blik. Prevelend: “Dank je, jongen”. Dan toch. … “Jongen”.

Opmerkingen


bottom of page