top of page

Reisverslag La Réunion-Mauritius 25/02-11/03/15

Bijgewerkt op: 19 dec. 2023

Woensdag - donderdag 25-26/02/15

Met de TGV naar luchthaven CDG. Het loopt er vol met militairen met kalashnikovs. Après Charlie Hebdo. Met Air Austral wordt het 10,5 uur vliegen met een tijdszoneverschil van slechts 3 uur. ’s Ochtends geland en huurwagen gehaald in airport Roland Garros. Meteen naar de westkust langs de N1, la Route des Tamarins, de enige snelweg van Saint-Denis naar het zuiden, langs de kustlijn. Soms met scherpe bergflanken en kloven met reuzennetten om vallende rotsblokken tegen te houden. Naast ons de zee. Tussen wal en water dus. In Saint-Gilles-les-Bains lopen we even rond in het centrum waar we de enige 3 terrasjes “zoals bij ons” van het eiland treffen. De hitte en nog in jeans, dat betekent dorst. Ik vind er Grimbergen van het vat, de enige plek deze dikke week hier, want voor de rest is het overal het dominerende lokale Dodo bier. Een friss, simpele pils en afhankelijk van waar je het drinkt 1,2€ tot 3,5€ in hotels. Het heeft de afbeelding van de dodo, zowat de nationale vogel hoewel hij uitgestorven is.


We nestelen ons twee dagen in het charmante Creoolse hotel Le Nautile dat tussen 2

authentieke gebouwen een zwembad en bar/restaurant heeft vol reuzenpotten “rum arrangé” (allerlei fruitsoortencombinaties die er maanden intrekken). We krijgen een kamer met terras en van daar rechtstreekse toegang tot het heerlijke zwembad. En aan de andere kant ligt het langs de Indische oceaan met een uitzonderlijk zandstrand want dit is niet echt een strandeiland. Volgende week Mauritius wel. Ik plons meteen de zee in dat warm en kalm afgeschermd ligt door een lang koraalrif. Gelukkig is er een windje want het is meer dan 30°. Diner in St-Gilles. We laten ons verleiden door een “Creoolse specialiteitenschotel” die tientallen verschillende hapjes beloofd. Maar dat blijken allemaal gefrituurde bladerdeeghapjes met diverse vullingen, maar dat proef je haast niet natuurlijk… Tegenvaller. Terug in het hotel merken we dat  het in het (dure) restaurant “vollen bak” is.


Vrijdag 27/02/15

De volgende morgen naar St-Paul. Eerst heerlijk buiten ontbijten omringd door tientallen kleine

vogeltjes die duidelijk willen mee-eten en er zelfs met een pil van Nella vandoor gaan. Stel je voor dat ie ‘m ook inslikt, bommetje oestrogeen.

De markt in St-Paul, de grootste van het land is een beproeving om er parkeerplaats te vinden, maar een wervelwind van geuren en kleuren en bezigheid. Ontelbare specerijen en een symfonie van tropische groenten en fruit waarvan een paar mij nog onbekend. En massa’s vanillewortels, waar dit eiland bekend voor is. Maar ook artisanale voorwerpen en verleidelijke prullaria. We geraken niet uitgekeken, maar dorst en warm. We gaan in de hitte ook nog een Hindoetempel bezoeken, zoals altijd heerlijk kleurrijk met die pasteltinten, steeds een exotische fabel.


Zaterdag 28/02/15

Met de auto naar Cirque de Malfate. We ondergaan de langzaam veranderende landschappen naargelang we stijgen.


Van plantages (bananen, veel suikerriet, ananas) naar weelderig loofbos, lage struiken tot kale, stenen rotsen en mossen. Uitzichten op een kustlijn waarvan de wolken erboven al onder onze ooghoogte staan. Aangekomen bij de Piton Maïdo werpen we een blik op de Cirque (keteldal). Impressionante, diepgroene, indrukwekkende flanken maar dan komt in een oogwenk uit het dal zelf mistige wolken naar boven en we zien niks meer daar beneden. Af en toe een flard. Een zeer bijzonder verschijnsel. Het zicht op de Piton des Neiges (de hoogste bergtop van de Indische Oceaan (3070 m) die het eiland beheerst is superb en de vulkaanachtige landschappelijke context behoorlijk indrukwekkend. Dan terug afdalen naar de kust om wat verder weer te klimmen naar de Cirque de Cilaos. En dat zullen we geweten hebben…


La Réunion is ruwweg een eivormig eiland (70 bij 50 km) waar je de kust volgend in minder dan 3,5 uur kan rondrijden (207 km kustlijn). Het binnenland wordt beheerst door 3 Cirques en centraal dus de Piton des Neiges en in het zuidwesten de nog  levende vulkaan die de laatste decennia nog uitbraken kende nl. de Piton de la Fournaise (2632 m) met ongelooflijke plateaus, massieve wanden en kloofdalen en een brede lavastroom die tot in de zee schuift. Het eiland ligt ten westen van Madagaskar en is dus geografisch zowat deel van Zuidoost-Afrika maar politiek deel van Europa als overzees Frans grondgebied, zoals o.m. Martinique, Guadeloupe, Frans-Polynesië, enz… 95% is er katholiek en de eerste taal is er naast het Creools uiteraard Frans maar iedereen spreekt ook wel Engels. De munt is de euro natuurlijk. Er zijn niet veel toeristen deze tijd van het jaar, vooral Fransen. Je kan maar op één plaats centraal het eiland dwarsen. Alle andere wegen naar boven betekenen terugrijden langs dezelfde weg.

Op weg naar Cilaos volgen we een rivier onderaan een diepe kloof met overweldigende rotspartijen en uitbundig groen. En dan begint het. We volgen een weg die zo erg stijgt dat ik praktisch 45 minuten enkel in eerste en tweede versnelling kan rijden, vlak naast steile flanken links en een diep ravijn rechts en dan beginnen er 500 (!) toegeknepen U-bochten die direct na de curve messcherp hellen en waar je nooit ziet wat er van de andere kant komt. Claxonneren is dus de boodschap. Er zijn zelfs stukken waar maar één wagen kan passeren. Als je dan niks ziet komen… Soms best beangstigend spannend.

De Peugeot 208 krijt en kriept in de haarspeldbochten. De motor brult en ik draai me het leplazarus aan het  stuur, van links naar rechts 500 bochten lang. Nadien voel ik overal spierpijn  in mijn schouders. Onderweg zijn er drie krappe tunnels waar slechts één auto in één richting kan, dus als je een tegenligger ziet, betekent dat  achteruit rijden in een donkere, vrij lange smalle gang.


Dit is de enige weg naar Cilaos waar alles 20% duurder is, want alles moet dus langs hier komen. Hoe de bussen het doen is me een raadsel. Het is al laat op de middag en eindelijk iets voor het

dorp zien we een snackbarretje met zoals overal een waslijst aan eetbaars, enkel een paar goedkope plastieken stoelen en verder geen complimenten. Ik kies maar wat uit en krijg een half stokbrood met ham, sla, pikante saus en frieten erin. Het geheel opgewarmd en gegratineerd met kaas. Hum.


Kort daarna komen we aan ons hotel,  groot en één en al kleurrijke creoolse charme. We zitten ietsje van het gezellige centrum gedomineerd door een merkwaardige witte kerktoren. Het hotel maakt volop reclame voor hun buffet à volonté  waarop nogal wat locale specialiteiten. Doen dus,  maar er komt best wat volk op af en wij, een van de laatsten, moeten schrapen voor de laatste brokjes. Slapen is zonder airco maar het is dan ook al een stuk minder warm (23 °). We zitten wel onder de muggenbeten en lopen de hele week vol grote rode plekken, vooral aan de onderbenen. Maar we zien noch horen ooit een mug.


Zondag  1/03/15

Na een korte rit voor een magnifiek zicht over Cilaos en een staalblauwe hemel boven de ons omcirkelende diepgroene bergkammen, die altijd later op de dag een mistige wolkensluier

meekrijgen, besluiten we aan het meertje in een familiepicknickachtige omgeving een lichte lunch te nemen. De beste deal is eenvoudig: een super mals stuk kip met frieten in weggooiborden. We zitten tussen de locals die duidelijk hun zondag beleven. Dan wat zwemmen in het kleine zwembad en dineren in het hotel.

Ik profiteer van de zwaardvis combava (met heerlijke limoen kefir) en met rougaille on-the-side (een soort tomatenbrokjessaus in een pikante kruidenmengeling). Deze sidedish wordt gemaakt met van alles eigenlijk. Pikante ananas iemand? En toch zie je er geen pepertjes of iets pimentachtigs in. Hier komt alles met witte rijst en dé specialiteit hier gekweekt: linzen, klein maar fijn en uitzonderlijk smaakvol. Idem voor de rode bonen. De keuken kan je moeilijke verfijnd noemen zoals in vele Aziatische landen wel het geval  is. De cari (carry) is overal de pla nummer een, vergelijkbaar met Indische curry’s (die wel honderden variaties kennen ) maar de cari hier, met vis, kip, vlees, crevetten is ook niet zo bijzonder. Ik probeer wat Creools te leren. Comment ça va = comment i lé, pourquoi = pokoué, rien du tout = zero calebasse, s.v.p. = siouplé. Dus raad even wat is: zori, domin, yièr ? O ja, ‘ti rum is gewoon een kleine rum..


Maandag 2/03/15

We checken uit en dan gaat het weer naar beneden met adembenemende zichten en bochten. Die 500 haarspelden lang. Ik rij zowat 35 minuten in point,-mort.

Af en toe is het schrikken maar als de uitzonderlijk kans er is om aan een point de vue te stoppen, riskeren we dat. We moeten naar de vulkaan, dat betekent afdalen naar de kust en een eind verder weer hup naar boven.

Na een blitzbezoek aan Entre-Deux, een sympathiek dorpje dat meer aandacht van ons verdiende, gaan we via Le Tampon (ja ze hebben hier leuke namen), naar la Plaine des Cafres en zo naar Bourg-Murat, het laatste punt en mogelijke  uitvalsbasis naar de vulkaan. Het enige hotel  is een tweesterren. Na de badkamers met zit- en ligbad voor twee, zal dat een minimum aan comfort en enkel wifi aan de receptie betekenen.

Vlak voor het dorp stranden we in een file die bijna geen meter beweegt, links zien we nochtans al het hotel liggen. Ten einde raad manoevreer ik zelfs op de tegenrichtingstrook met Nella een einde verder in geval van... Gelukkig is er weinig tegenverkeer en wat verder linksaf zijn we er meteen. De receptionist vertelt ons dat het gewoon een trage file is voor het benzinestation waarvan er hier maar een is. Maar honderden auto’s die minstens een uur aanschuiven voor brandstof? Pas ‘s avonds zal onze frank vallen als we op het nieuws horen dat er een staking is van de benzinedistributeurs.

We bezoeken het zeer aan te raden Maison du Volcan, een modern complex, één van de

schitterendste multimediale musea die ik ooit zag, er is zelfs 4D-projectie. Zo had ik me het Historium in Brugge gedroomd, zeer info- en edutainend met de middelen van vandaag. De meest indrukwekkende en ronduit overweldigende beelden, films en presentaties bestormen ons. God wat een absolute must-do, daarenboven staat morgen het bezoek van de vulkaan zelf op het programma. Dat betekent vroeg opstaan en voor negen uur op het eindpunt zijn, want anders maak je kans op wolken en nul zicht. We eten in het resto van het hotel, wat meevalt, al lijkt het interieur bijna Tirools. Ik eet rougaille de saucisses. Worst jawel, maar met een unieke gerookte smaak.


Dinsdag 3/03/15

Onderweg naar de vulkaan ondergaan we weer de meest waanzinnige zichten en indrukken van gestolde lava nog ondersteund door de indrukwekkende infobelevenis in het museum gisteren.

Daar zagen we o.m. close-ups van lava die zich onder zee vormt en verandert tot koralen. Alles nog overgoten door de beelden van recente uitbarstingen en andere rampachtige toestanden.

We  zien massa’s pitons, kleine heuveltjes die alweer bebost zijn, kraterachtige kliffen en rotsen in alle mogelijke vormen. De kleuren worden grijs, oker, roestbruin, terracotta, vuilbruin, zwart...

En dan… is er la Plaine des Sables, een verrukkelijke, wereldvreemde vlakte die zich voor ons uitstrekt en waar we hotsend en botsend (putten! richels!) door moeten. Een heus maanlandschap. Spacy. Out-of-this-world. Nodigt zo uit om als filmdecor te dienen. Gisteren was het Indiana Jones, nu Star Wars. Ik zag al zo veel vulkanen en dito landschappen (Lanzarote, IJsland, Hawaï, Santorini, Guatemala, Nicaragua, Bali, …) maar dit slaat alles.

Kort daarna bereiken we het eindpunt: een enorme cirkelvormige krater met daarin een verrassende minikrater in een totaal andere substantie en centraal de dubbel hoofdkrater en een brede lavastrook die afglijdt tot in de zee. Wawkes.


We klimmen en klauteren en fotograferen ons te pletter. Veel wandelaars, want dit eiland biedt het toppunt aan qua avontuurlijke en fysisch pittige wandelingen voor de geoefende

liefhebbers, tot en met het afdalen in de kraterwand zelf. Best spannend als je denkt aan de lava-erupties die de laatste decennia nog voor kwamen. Overweldigd keren we terug. Waar we op de terugweg  nog meer onmetelijk diepe kraterputten en speciale zichtpunten bezoeken.

Maar langzaam stijgt de spanning. Over twee dagen moeten we van het zuiden naar het noorden, en dan naar de luchthaven voor onze vlucht naar Mauritius. Zullen we het halen met een ¾ tank? De situatie blijkt, eens afgedaald, ronduit dramatisch. Ofwel staan de benzinestations leeg ofwel staan honderden auto’s en trucks aan te schuiven. Ik bereken dat we er zullen geraken. Maar we willen toch niks riskeren. Als er een station is met slecht zes wagens voor, ga ik ervoor. Maar al snel komt een gendarme ons vragen of we een emergency of medische service zijn: “Monsieur, tout les stations sont confisqué!”


We komen aan in Pierrefonds, in hotel La Domaine des Pierres, met een prachtig uit megastukken hout gepolijst interieur. We krijgen een luxekamer, zowat een minivilla. Binnen

anderhalve maand zijn we nl. 25 jaar gehuwd en we laten niet na dat te vermelden, wat overal een extraatje oplevert. De setting van dit hotel met ernaast een mooi tropische tuin (een bezoekersattractie maar gratis voor ons) is mooi en romantisch met keizerpalmen die overal een ererol opeisen. We lunchen wat verder een combinatie van broodjes van een boulanger, biertjes van een minisupermarkt en samoussas, pikante hapjes van een kraampje. Allez, ik toch. Dan wordt het siësten en zwemmen in een heerlijk zwembad, helemaal voor ons alleen. We eten in het restaurant waar maar vier mensen zitten, lekker buiten. En dan slapen. Maar ik ben alweer wakker om 4 uur en hoor dat het regent. “De hele dag”, zegt mijn iPad. Tja. “Weet dat een continue regenbui hier zoveel water naar beneden kan laten storten als in Parijs op 1 jaar tijd”, vertelt mijn Geoguide. En ook dat het volop het cycloonrisico-seizoen is. Een week na onze terugkomst zal een van de ergste cyclonen ooit Vanuatu herleiden tot een rampgebied, weliswaar heel ver van hier.


Woensdag 4/03/15

Gaan ontbijten met de paraplu. Tijdens een regenpauze loop ik alleen het kronkelende parcours van het tropische park af. No soul. Reuzenwaterlelies, bonsaituinen, rare plantensoorten, palmen uit de Comoren, opgezette kleurige joekels van vlinders, bloemen, bloemen in serres, op en neer over bruggetjes en in een vijver de replica van het eiland opgetrokken in diverse gesteenten waaronder een bijzonder roze kristalachtige steen dat hier overal terug te vinden is als tuindecoratie. Ik wandel stevig door langs een cactuswoud. Opeens voel ik een steek in mijn bovenarm. Een vuistdik stuk cactus met lange stekels die doorheen mijn T-shirt in mijn arm boorden, hangt afgerukt aan mijn arm. Vingerlange stevige pinachtige stekels. Ik slaag er niet in het onding te verwijderen. Integendeel, ik  prik me de hele tijd. Het lukt niet. De cactus blijft aan me hangen. Ik loop dan maar door en tref eindelijk een kleurling die me er voorzichtig van verlost. “Het is als een anemoon”, zegt hij. “Het plakt en is moeilijk te verwijderen”. Omdat het zo uniek is en ik de prikbom aan Nella wil tonen probeer ik het te isoleren en op een of andere manier het kreng mee te nemen, wat niet lukt. Nadien blijken er vijf mooie puntjes in mijn vel te zitten. Een knalrood vogeltje - roder kan niet - kijkt me medelijdend aan.


Naar het noorden via de zuid- en zuidoostkust. Wat een rijplezier. Door stadjes, gehuchten,

woekerende natuur, pittoreske plekjes en prachtige berg- en oceaanzichten. Dan even “slunze”

geven want het is een urenlange rit helemaal naar Hell-Bourg in de derde en laatste cirque, le Cirque de Salazie. Uitbundig groen en dan, lap, een bruine vlakte lavarotsen, de helling waarlangs de vulkaan zich in zee stortte. De weg loopt opeens door een grillige versteende stroom waar hier en daar wat voorzichtige varens en mossen beginnen op te springen. Vurig braaksel gestopt en gestold in de oceaan. En dit net na l’Anse des Cascades, een groene, idyllische plek waar watervallen hoog en smal bijna rechtstreeks in zee storten. Een oase met superdikke bomen vol machtige, uitwaaierende wortels en lianen. Een ouwe dame bij een klein kraampje mixt mij een superb drankje met zes diverse tropische vruchten en wat ijs. Exotiek op de tong en langs de slokdarm.


Na Saint-Rose gaat het weer naar boven. Vol riviertjes en vele watervallen die van steile bergflanken in de diepte storten. Aandoenlijk en overzichtelijker dan voorheen. Geen wonder dat dit kleine eiland zoveel diverse microklimaten kent. Soms hangen de begroeide rotsen half over de weg en plenst er water uit waardoor het een paar seconden lijkt alsof je door een carwash rijdt. Vandaar dat je hier nergens cabriolets ziet, trouwens sowieso niet aan te raden met deze zon die weer uitbundig schijnt doorheen het vertrouwde wolkendek. Op een leuke plek naast een brug vinden we een schattig restaurantje waar ik een Massalé Boucamé eet, gerookt varkensvlees aan mergpijpen in een saus.

Dan, na Cilaos komt Hell-Bourg, het enige overzeese van “les plus beaux Villages de France”. Creoolse houten huizen met balkonnen in een uitbundige vegetatie omringd door groene messcherpe bergflanken. Het heeft één (hoofd)straatje waarlangs ook het schattige, primitieve hotel ligt. De uitbaatster brengt ons naar een paviljoenset met een tuintje voor aan de straatoverkant. Een antieke kamer met aandoenlijke Uncle Tomachtige creoolse meubelen maar wel weer een reuzenbad voor twee. Er is geen airco, maar goed, we zitten op 900 meter hoog. Er hangt wel een enorme dikke reuzenspin tussen de palmen aan onze voordeur… Het dorp is leuk maar eigenlijk snel gezien. Er zijn enkele leuke boetiekjes en één eet- en drinkplekje met  twee stoelen op de stoep waar ik bij een biertje kijk naar enkele haveloze, pittoreske marginalen en straathonden die bij elkaar rondhangen. Sommigen ronduit fotogeniek, grijze karakterkoppen in een verward plunje. Een verrompelde vuilige man spreekt me aan: Comment i lè?” Ik moet een klap in zijn hand geven en dan vuist tegen vuist doen, de begroeting hier. Maar ik versta hem niet, en hij lijkt dronken of gek. Als hij later Nella ziet met haar elektronische sigaret maakt hij misbaar, “Pa bjieng”, mompelt hij afkeurend. Allicht denkt hij dat het een gesofisticeerd drugapparaatje is? Bij het gaan slapen houdt een luidruchtige familie naast ons (vijf man en kindergejengel) ons wakker, amai, de muren lijken van karton.


Creoolse houten huizen met balkonnen in een uitbundige vegetatie omringd door groene messcherpe bergflanken. Het heeft één (hoofd)straatje waarlangs ook het schattige, primitieve

hotel ligt. De uitbaatster brengt ons naar een paviljoenset met een tuintje voor aan de straatoverkant. Een antieke kamer met aandoenlijke Uncle Tomachtige creoolse meubelen maar wel weer een reuzenbad voor twee. Er is geen airco, maar goed, we zitten op 900 meter hoog. Er hangt wel een enorme dikke reuzenspin tussen de palmen aan onze voordeur… Het dorp is leuk maar eigenlijk snel gezien. Er zijn enkele leuke boetiekjes en één eet- en drinkplekje met  twee stoelen op de stoep waar ik bij een biertje kijk naar enkele haveloze, pittoreske marginalen en straathonden die bij elkaar rondhangen. Sommigen ronduit fotogeniek, grijze karakterkoppen in een verward plunje. Een verrompelde vuilige man spreekt me aan: “Comment i lè?” Ik moet een klap in zijn hand geven en dan vuist tegen vuist doen, de begroeting hier. Maar ik versta hem niet, en hij lijkt dronken of gek. Als hij later Nella ziet met haar elektronische sigaret maakt hij misbaar, “pa bjieng”, mompelt hij afkeurend. Allicht denkt hij dat het een gesofisticeerd drugapparaatje is? Bij het gaan slapen houdt een luidruchtige familie naast ons (vijf man en kindergejengel) ons wakker, amai, de muren lijken van karton.


Donderdag 5/03/15

We rijden naar Saint-Denis, de hoofdstad, waar we in de late namiddag onze vlucht naar Mauritius moeten nemen. Wat slenteren langs de littoral en bestellen een hapje op de bekende eetmarkt Le Barachois. Typische maar goed uitgeruste eetkraampjes met een waslijst aan betaalbaar eetbaars, eigen nou ja, terras. Je bestelt, haalt af en smult uit plastic, drinkt van blik of flesje, maar het is helemaal mijn ding, authentieke, food zonder tralala maar lekker. Stukken goedkoper dan “echte” restaurants. Ik vind streetfood in Thailand en Vietnam b.v. supersafe, dus waarom hier niet. Al leerde ik ooit dat dat niet hetzelfde is in Zuid-Amerika (2 voedselvergiftigingen lang geleden). De keuken hier is O.K. maar bereikt nergens de culinaire rijkdom van Indochina en Thailand.


Ik had me zorgen gemaakt over de volle tank die ik moest afleveren aan Hertz en overal staan nog ellenlange wachtrijen. Maar vlakbij de luchthaven blijkt de Peugeot zelfs nog halfvol te zitten en ergens vinden we snel bediening. Door middel van met water gevulde flessen en een rol wc-papier, proberen we de wagen wat op te schonen want die moet in propere staat teruggebracht worden anders wordt er 41€ aangerekend. Al na de tweede dag in hotel Vogeltjesparadijs na het wegrijden vanonder een boom lagen zowat tien grote plakjes op onze voorruit. Kleine vogeltjes, grote souvenirs. Reken later het stof van La Plaine des Sables erbij, de modder na de regenvlagen en u kan zich voorstellen dat het nodig was.


De vlucht naar Mauritius in een bescheiden vliegtuigje duurt slechts 45 min. We worden naar het noorden gebracht door een chauffeur van Mauretoco, de lokale agent, langs de enige snelweg die dwars door het eiland snijdt naar hoofdstad Saint-Louis dat we doorkruisen tot in La Grand Baie. De man vertelt ons honderuit over zijn land dat ook een verdraagzame samenleving telt tussen diverse godsdiensten. Trots zegt hij, dat er bijna geen werkloosheid is vergeleken met La Réunion. Maar, poneert hij, daar krijgen ze werkloosheidsuitkering, hier niet, dus waarom gaan werken als je met lui zijn geld krijgt, dat “werkt niet”? Dat zouden onze vakbonden eens moeten horen. En eigenaardig, krèk hetzelfde vertelde onze driver-for-one-day in booming Kuala Lumpur, precies een jaar geleden. Het doet nadenken, want beiden waren heel kritisch en toch trots op hun lage werkloosheid.


Mauritius, kleiner en vlakker dan Réunion, is 64 km lang en 55 km breed en zag er verrukkelijk uit vanuit de lucht, honderden droomstranden beschermd door riffen, baaitjes en uitbundige palmen. Onderweg genieten we van een spectaculaire zonsondergang. We doen er slechts 1uur 15 min. over want de spits is hier normaal meer dan spits, naar verluidt. We kozen La Baie omdat het het enige resort is dat vlakbij een gezellig stadje ligt op wandelafstand zodat je niet “opgesloten” zit in je (overal wel prachtige) hotel. Dat zou blijken. Gewoon effe langs het strand en de vissers- en plezierbootjes naar een wervelende ambiance van restaurantjes, boetiekjes, bars en lokale meeting points, allemaal langs een straat bij het strand in de baai en met genoeg lokale touch om sympathiek te blijven. Verder is er minder te bezoeken dan in La Reunion. Maar deze vijf dagen zijn bedoeld als rust-ontspan-relaxvakantie.


Hotel La Mauricia is vrij groot maar zoals overal hier, niet hoger dan twee verdiepingen. Mauritius is geen Belgische kust, elk resort heeft zijn groen domein. Het betekent kamerzicht

op zee versperd door bomen in de tuin. Het doet met zijn palmen, de grote arbre de fruits de pain (vruchten die doen denken aan opgeblazen groene avocado’s) bloemen en inplanting een beetje denken aan Bali Hyatt. Het strand is in principe privé maar iedereen kan er voorbij wandelen, wat weinig gebeurt. Het hotel was half pension verplicht wat eigenlijk tegen onze principes is maar kom, ’s middags kunnen we nog altijd op zoek naar iets kleins en lekkers.

Het buffet is enorm uitgebreid met veel live cooking. En dineren aan een tafeltje vlak naast het uitgestrekte zwembad betekent vakantiegevoel. En ik eet elke dag van de heerlijke fruitsalade. Het onthaal is persoonlijk, niet aan een balie maar met een drankje in de zetel. We kregen hier al een stevige korting vanwege ons jubileum. Maar op onze kamer wacht ons daarenboven twee zwanen, tegen elkaar  in hartvorm gevouwen, uit badhanddoeken en met de woorden “25 ans” uit takjes gemaakt. Schattig.


Vrijdag 6/03/15

Zonnen en La Baie verkennen. Gezellig, maar warm en plakkerig. Het is er toch overal duurder dan verwacht. We sleuren dus een voorraadje water en bier en fris mee uit een supermarkt

want dat scheelt meer dan een slok op een borrel met de hotel- of minibarprijzen. 1€ i.p.v. 4. Phoenix is hier de meermaals wereldbekroonde pils. Dankzij Belgische input, verneem ik. Nadien geniet ik van diverse dipjes in het heerlijke zwembad. Elke avond is er een themabuffet, gisteren Azië, vandaag Maritiaans. Zes zwarte schoonheden met wervelende breeduitwaaierende rokken vallen binnen, aangedreven door vurige percussie van vijf mannen met handtrommels en tamboerijnen. Ze dansen doorheen het enorme restaurant. Het opzwepende ritme heeft me meteen te pakken. Terwijl iedereen apathisch toekijkt, begin ik mee te swingen en, met de hoed van de bandleader op, eindig ik als een woeste triangelbegeleider. Hèhè, dat was ambiance.


Later passeren we de show- en dansvloer naast het zwembad aan de andere kant van de tuin

waar elke avond een orkest optreedt. Dezelfde groep begint er een uitbundige folkloreshow. Meeslepend en met die enorme rokken die hoog opgetild worden als blikvanger. Daar komen veel foto’s van want het zwierige van de knappe melkchocoladen meisjes in hun frivole klederdracht op een simpele aanstekelijke beat met creoolse gezangen is onweerstaanbaar. Op het einde komt het onvermijdelijke publiek-doet-mee-moment. Ik verschuil me lafjes, drukdoend achter mijn camera, maar Nella is de klos. Ze leren handjes draaien, koekebakke vlaaien, wiegewaaien en… patat,  schudden met je gat. Het ritueel blijft maar doorgaan …et alors on danse.


Zaterdag 7/03/15

Het regent pijpenstelen maar het blijft broeierig warm. Als je van de kamer naar je terras gaat beslaat je bril. Overal rond het zwembad, de centrale lobby’s en het zwembad is er wifi maar niet

in de kamers. Er gaan iPadden betekent na een minuut een waterfilmpje op je scherm. Het hotel met uitzicht op de baai en de bootjes heeft een bar met de naam Bay Watch Bar, what’s in a name, maar zelfs die is uitgestorven. Ik ga zwemmen in de regen, in de tropen altijd heerlijk. In zwembroek door de regen lopen, het heeft iets, al ben ik de enige. Het vocht waait overal binnen en over de hoog overdekte ruimtes tot meters binnen. Waterstof spettert rond. Voor het personeel is het dweilen met… juist. Over de middag is er twee uurtjes regenrespijt en we eten in La Baie aan een primitief minifoodstalletje voor de locals en maken er nadien een rustdag van. Nella koopt zich een verrukkelijk licht zomerkleedje, maar het zal veel papierwerk en douaneprocedures vergen om uiteindelijk in de luchthaven amper 7€ BTW terug te krijgen..


Zondag 8/03/15

Het is grijs, constant bewolkt, maar er is hoop. Na een tijd is het doenbaar om op de vochtige ligstoelmatrassen wat te zonnen-achter-wolken. Zwemdipjes blijven een must want je zweet snel.


Maandag 9/03/15

Zie zaterdag. Killing time, siësten, internetten, lezen. Een uitstap kon vanaf het begin al niet

meer, vanwege volgeboekt, ook huurauto’s. Dus geen reuzenschildpadden, noch de fameuze Pamplemousse Gardens, noch andere prachtige kustlijnen met betoverende zandstrandzichten. Maar niet getreurd. We zijn gelukkig en deze 14 dagen hebben deugd gedaan, bedenk ik bij een exotische huiscocktail.


Dinsdag - woensdag 10-11/03/15

We worden pas om 14.30 uur opgehaald om naar de luchthaven te gaan. En dankzij de aangeboden faciliteiten na check-out, kan je douchen en verschonen en zo, dus ik bruin me nog even te pletter onder een felle zon die hier aan de hemel van rechts naar links gaat.

Van Mauritius naar La Réunion en dan herinchecken naar Parijs waar vertraging de wachthal aan de gate omtovert tot een heksenketel en de snackstand zichzelf snel compleet uitverkoopt. Het is in CDG lang wachten op onze bagage maar oef, we halen toch onze TGV en om 11.00 uur zijn we in Brugge.


Comments


bottom of page